Geschiedenis Osteopathie

Ontstaansgeschiedenis

A.T. Still

A.T. Still

Osteopathie is ontwikkeld door de Amerikaanse arts A.T. Still (1828-1917). Een meningitis-epidemie kostte aan drie van zijn zonen het leven in 1864 . Dat was het moment waarop hij zijn vertrouwen in de traditionele geneeskunde verloor en leidde hem tot zijn zoektocht naar een betere vorm van geneeskunde.

Hij kwam tot het besef dat zijn kennis te kort schoot. Met gevaar voor eigen leven stal hij de lijken van indianen, die hij vervolgens ontleedde. Op die manier bracht hij zijn kennis van de anatomie op een voor die tijd ongekend hoog peil. Hierdoor kreeg hij inzicht in het belang van beweeglijkheid voor het functioneren.

Mede dankzij aangeschoten buffels, werd hij bewust van het functioneren van andere weefsels dan de geraakte plaats, waardoor het hem duidelijk werd, hoe het lichaam als eenheid gezien moet worden.

Hij maakte zijn ‘ontdekking’ op 22 juni 1874 wereldkundig, maar gaf er pas in 1889 de naam osteopathie aan. In die tussentijd was zijn manier van behandelen een combinatie van wat hij kende vanuit de traditionele geneeskunde, geïntegreerd met zijn kennis van de mesmeriaanse heelkunde en bonesetting (tegenwoordig kraken of manuele therapie), dat uiteindelijk resulteerde in een behandelsysteem, waarvan de filosofie uit verscheidene bronnen zijn oorsprong vond; Hippocrates, de iatro-mechanische school (Descartes, Borelli, Baglivi), de iatro-chemische school ( Theophile de Bordeau, Van Helmont, Mesmer). Het unieke van Still was de manier waarop hij deze ogenschijnlijke tegengesteld denkende scholen samenvoegde tot een systeem van diagnose en behandeling.

American School of Osteopathy

American School of Osteopathy

American School of Osteopathy

In de periode van 1874 tot 1892 propageerde hij zichzelf als een ‘magnetiserend heler’ of later als ‘de verlichtende bonesetter’. De American School of Osteopathy werd in 1892 te Kirksville, Missouri geopend.

Zijn behandelmethoden werden door de medische wereld niet begrepen en in verschillende staten werd er zelfs een verbod uitgevaardigd om osteopathie te beoefenen. Ondanks deze tegenwerking kon men niet om de resultaten heen.

William G. Sutherland

William G. Sutherland

William G. Sutherland

Een van zijn leerlingen, William G. Sutherland, verbaasde zich over het feit, dat de schedel verschillend gevormde naden heeft. Hij kwam tot de conclusie, dat die dus een functie moesten hebben. Ook voelde hij een beweging, die niets met het hart of de ademhaling te maken hadden. Hij noemde dit het Primaire Ademhalings-Mechanisme. Ook hier weer, ondanks kritiek uit de wetenschappelijke wereld, ging Dr. Sutherland verder met zijn onderzoek. Hij construeerde een soort klemband, waarmee hij bepaalde botstukken fixeerde. Zijn vrouw hield een dagboek bij. Hierin werd beschreven wat het gevolg was als de schedel daadwerkelijk in zijn beweging werd beperkt. Dit resulteerde in een verslag, dat in c.a. 1933 onder de titel: “The Cranial Bowl” werd uitgegeven.

In de tussentijd waren er 3 Engelse broers Littlejohn in Amerika op vakantie. Vanwege de astmatische aanleg van een van hen kwamen zij met Dr. Still in aanraking. Dr. Still behandelde de man met verbluffend resultaat. De 3 broers hebben van Still osteopathie geleerd.

Europa

In Europa werd osteopathie voor het eerst in 1898 in Londen gepresenteerd voor de Society of Science, Letters and Art (Sociëteit voor Wetenschap, Letteren en Kunst) in de Kensington Hall. Deze lezing werd door John M. Littlejohn gepresenteerd en in 1899 en 1900 herhaald. De eerste osteopaten vestigden zich in de periode van 1900-1901 in het Verenigd Koninkrijk.

In 1917 werd in Londen de Britisch School of Osteopathy officieel geopend door Dr. John Martin Littlejohn (1865-1947), de eerste school voor osteopathie in Europa.

Jean-Pierre Barral, een fransman, studeerde af aan de Europesche School voor Osteopathie in Maidstone, Kent. Deze school werd opgericht door Thomas G. Dummer, DO samen met mensen zoals o.a. Paul Geny en met medewerking van John Wernham.

Tot die tijd was er wel veel kennis omtrent de drukverschillen in de longen, maar niets van beneden het diafragma. Barral hield zich met dit onderwerp bezig en zo ontstond de viscerale osteopathie in Europa.

De moderne osteopathie bevat dus nu het pariëtale, het cranio-sacrale en het viscerale systeem.

(met dank aan Christian Fossum, Noorwegen)